Afwijzing… Een van mijn diepste emotionele wonden is mijn angst voor afwijzing. De oorsprong ligt ergens in mijn kindertijd. Daar heb ik me o.a. door een scheiding van mijn ouders diep verlaten en afgewezen gevoeld. Mijn vader verdween uit het beeld en liet nooit meer van zich horen. Mijn moeder ging in een nieuwe relatie en had toen in mijn beleving weinig emotionele aandacht voor mij.

Dat voelde voor mij aan als afwijzing, dat de scheiding aan mij lag, dat ik niet ok was. Ik voelde me teveel. Toen had ik de emotionele capaciteit niet om daar mee om te gaan. Er ontstond een diepe wond en een diep gewortelde angst voor afwijzing. Het gevolg was dat ik mijn emoties ook net zo diep wegstopte.Met deze angst creëerde ik later een enorme behoefte aan acceptatie door anderen.

Jarenlang heb ik deze angst gevoed door te vluchten uit situaties waar ik mogelijk in afgewezen kon worden. Met behulp van middelen, vluchten in gamen, tv, hard werken en conflict vermijdend gedrag. Vooral in relaties had dat meestal een heftige uitwerking. Of het nu om werk-, vriendschappelijke- of liefdesrelates ging.

Om geaccepteerd te worden streefde ik naar perfectie. Altijd lief zijn, over mijn grenzen heen laten gaan, oneindig geduld en begrip tonen, of me continue aanpassen aan de ander.Of ik kwam in relaties terecht met mensen die emotioneel best wel onbeschikbaar waren.

Ik ging dan nog beter mijn best doen om gezien te worden. Ik was dan veels te veel bezig en betrokken met de ander. Soms werd ik er zelfs claimerig en afhankelijk van.Dat veroorzaakte een soort kettingreactie.

De ander ervaarde verstikking en trok zich steeds verder terug. Ik werd dan weer bevestigd in mijn angst voor afwijzing. Ik ging nog beter mijn best doen, totdat ik niet meer kon. En hup daar ging ik weer, vluchten en mij terugtrekken. Onbewust bevestigde en versterkte ik zelf eigenlijk het patroon. Omgekeerd heb ik het ook ervaren. Dat de ander mij juist verstikte. Ik werd dan emotioneel onbeschikbaar. Er ontstond een oneindig spel van aantrekken en afstoten. Verlatingsangst en bindingsangst. Als dat teveel werd ging ik weer. In plaats van het aan te gaan.

Nu ik volwassen ben is het mijn eigen verantwoordelijkheid om deze stukken aan te gaan. Ik kan niet meer verwijzen naar mijn jeugd. Want nu heb ik wel de emotionele kracht om de pijn aan te kijken. De oude patronen te herkennen en te doorzien. De angsten aankijken. Te doorvoelen. En dat is uiteindelijk heel bevrijdend.

Het is een reis met vallen en opstaan. Iedere keer na iets wat me pijn doet, of iets wat ik als een afwijzing ervaar, toch weer omhoog krabbelen. Diep doorvoelen, ademen. Mijn lessen eruit leren. En mijzelf inbrengen en delen. Zichtbaar zijn. De moed te vinden het weer opnieuw te proberen.

Meestal blijkt het ook niet zo erg als wat mijn hoofd ervan gemaakt had. Er komt in dit proces zoveel voorbij. Soms lijkt het wel op een diepe rouwverwerking. Ontkenning, boosheid, verdriet, acceptatie. Alles wil en mag gevoeld worden.

Momenteel ben ik ook aan het onderzoeken wat in verbinding zijn voor me betekend. En ik besef me dat er maar 1 weg is. En dat is eerst door een stabiele basis in mezelf te vinden. Door mezelf volledig te kunnen accepteren en lief te hebben. Mijn grenzen kunnen voelen en aangeven. Rust vinden in mezelf.

Zodat ik deze dingen niet bij een ander hoef te zoeken. Want daar vind ik het niet. Alleen bij mezelf. Pas dan kan ik werkelijk in vrijheid en in verbinding staan. Eerst met mezelf en daarna ook met een ander.

Categories:

Tags:

Comments are closed